Licht en behendig snort ze door het water. De Æbelina, het eerste en enige houten skûtsje dat sinds 1900 is gebouwd, is een pronkje. Massief eikenhout is van kielplaat tot luiken in sierlijke rondingen gebogen om een schip te maken zoals dat ooit de Friese wateren beheerste. Zo voer de oude Wiebe Minderts Peekema ermee, en voor hem Gerben Jentjes Zuidema, schippers op het Grouster veerschip.
De in 1861 gebouwde oude ‘Ebelina’ of ‘Dorp Grouw’ was legendarisch. Ze won zo veel prijzen dat ze soms van deelname werd uitgesloten, of een extra lange route moest varen. De schippers zijn er, ondanks de vele prachtige prijzen, niet rijk van geworden. Maar de passie hield ze op de been.
Naar het voorbeeld van het oude beurtschip, gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee bouwde Johan Prins uit Workum bij het Skûtsjemuseum van Earnewâld een replica. Tot in de kleinste details is het vakmanschap van hem en zijn hulpkrachten zichtbaar. Het is een feest om ermee te zeilen.
De Æbelina meet 12,16 bij 3,11 en heeft een holte van 1,13. Dat zijn, vergeleken bij de huidige ijzeren wedstrijdskûtsjes, prehistorische maten. En toch, als je ermee vaart, is het een volwaardig schip. Het is een sensatie om te ervaren hoe licht ze, ondanks haar solide uitvoering, op wind en golven reageert. Als een jonge meid die op weg is naar haar geliefde.
In de beurt
De Æbelina is ingericht als beurtschip. In het kleine ruim kunnen vaten en pakjes gestouwd worden die, als vanouds, van A naar B worden getransporteerd. Er is ook ruimte om te zitten of te staan.
Friese beurtschepen hadden alle een vast traject. De nieuwe Æbelina vaart van Earnewâld naar Grou, vice versa. Dat is een hele reis, onder zeil. Want de electromotor (uit veiligheid aangebracht) aan boord wordt zo weinig mogelijk gebruikt.
Er zijn wel enkele handreikingen aan het gerief van de moderne tijd gedaan. Wie ‘uit de broek’ moet, hoeft geen gebruik te maken van een emmer. Er is een toilet aan boord. Er zal ook iets te drinken zijn, en te eten wellicht.
Maar verder is het zoals het was. Inclusief de unieke beleving van ruimte en tijd. Tien kilometer is een flinke afstand, zeker als je moet laveren. Dwars door de Alde Feanen lijkt het nog langer, maar duurt het door het prachtige decor korter. Want wie ogen heeft om te zien en oren om te horen, komt op dat stukje tussen Earnewâld en Grou van alles tegen dat de moeite waard is. Natuur vooral, maar tegenwoordig ook bijzondere architectuur in recreatiehuisjes langs de kant en vele andere vaartuigen in alle soorten en maten.
Alle oprechte zeilliefhebbers zullen hun pet afnemen voor dit staaltje puur vakmanschap. De bevaren schipper en bemanningsleden zorgen er wel voor dat ook hun manoeuvres respect afdwingen.
Het eerste jaar
In 2010 zeilt de Æbelina een aantal keren met sponsoren en bedrijvenrelaties. Zij hebben de bouw mogelijk gemaakt en vormen ook de basis van de exploitatie.
Daarnaast zal het beurtschip in de zomermaanden op 16 en 23 juli en 6, 13 en 20 augustus een beurtdienst naar Grou onderhouden. Voor opstappers geldt een prijs van € 30,- all in. Daar is een bezoekje aan het Skûtsjemuseum en een kopje koffie of thee bij inbegrepen. Onderweg kunnen tegen een schappelijke prijs enkele versnaperingen worden genuttigd.
Vrienden
De Æbelina heeft vele vrienden. U kunt daarbij horen door u op te geven. U ontvangt daarvoor het ‘Logboek van de Bouwmeester’ en nieuwtjes die het weten waard zijn. Opgave mogelijk in het Skûtsjemuseum of telefonisch op nummer 0616933805.